Minder bedrijven rapporteren, strenger over credits: CSRD na Omnibus
Het Omnibus-pakket verkleinde de CSRD-scope, maar liet de eisen rond koolstofcredits intact. Wat ESRS E1-7 per credit vraagt, en wat dat van je leveringsbewijs verwacht.
Wie de Europese duurzaamheidsrapportage volgt, heeft een bewegelijk jaar achter zich. Het Omnibus-pakket heeft de CSRD grondig ingeperkt: minder bedrijven in scope, later beginnen, en minder datapunten. Voor wie koolstofcredits verkoopt of uitgeeft, is de verleiding groot om te concluderen dat de druk wegvalt.
Dat is precies de verkeerde conclusie. De scope is versmald, maar de eisen aan hoe je over credits rapporteert zijn overeind gebleven. Er zijn dus minder afnemers die verantwoorden, en die afnemers moeten het beter doen.
Wat Omnibus veranderde
Omnibus I is vastgesteld als Richtlijn (EU) 2026/470, gepubliceerd in het Publicatieblad op 26 februari 2026 en in werking getreden op 18 maart 2026. Het Europees Parlement stemde in op 16 december 2025, de Raad op 24 februari 2026.
De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen:
- De drempel gaat naar meer dan 1.000 medewerkers én meer dan 450 miljoen euro netto-omzet. Beide voorwaarden moeten gelden.
- Voor groepen buiten de EU geldt een vergelijkbare omzetdrempel voor de in de EU behaalde omzet.
- EFRAG werkt aan vereenvoudigde ESRS, met een forse reductie van het aantal verplichte datapunten.
- Dubbele materialiteit blijft het uitgangspunt, en de informatie blijft onderworpen aan externe assurance.
ESRS E1-7: credits staan apart, en dat is bewust
De kern voor onze markt zit in ESRS E1-7. Daar staat dat koolstofcredits volledig gescheiden van de bruto-uitstoot moeten worden gerapporteerd.
Die scheiding is geen administratieve gril. Ze maakt het onmogelijk om compensatie te verrekenen met je eigen uitstoot en zo een mooier getal te presenteren. Je uitstoot is je uitstoot; wat je aan credits hebt gekocht, is een aparte regel. Wie het cijfer wil verbeteren, moet reduceren.
Per credit vraagt E1-7 om specifieke gegevens:
| Gegeven | Wat de rapporteur moet kunnen zeggen |
|---|---|
| Volume | Hoeveel tonnen, per post en niet als totaal weggemoffeld |
| Type | Gaat het om vermijding of om verwijdering — dat zijn verschillende beweringen |
| Standaard | Onder welk programma of kader de credit is uitgegeven |
| Aandeel uit de EU | Welk deel van het volume binnen de Unie is gegenereerd |
| Corresponding adjustment | Of er een correctie is toegepast die dubbeltelling tussen landen voorkomt |
Dat laatste veld verdient aandacht. Corresponding adjustment is een begrip uit Artikel 6 van het Parijsakkoord, en het staat nu in een Europese rapportagestandaard. De internationale boekhouding en de bedrijfsrapportage grijpen dus in elkaar.
De eerste credits onder het ParijsakkoordWat een corresponding adjustment is en waarom de autorisatiestatus een eigenschap van de eenheid moet zijn.Wat dit betekent als je credits verkoopt
Als jouw koper onder de CSRD rapporteert, dan komt de bewijslast uiteindelijk bij jou terecht. Niet als formeel verzoek, maar als de eenvoudige vraag: kun je dit onderbouwen?
Een aankoopbewijs met een bedrag en een aantal tonnen is dan niet genoeg. Wat een rapporterende koper nodig heeft:
- Een leveringsbewijs waarop type, standaard, vintage, herkomst en serienummers staan — niet alleen een hoeveelheid.
- Een afboekingsbewijs waaruit blijkt dat de eenheden definitief uit de markt zijn gehaald, voor wie en op welke datum.
- Duidelijkheid over waar de reductie is gerealiseerd, zodat het EU-aandeel bepaald kan worden.
- De autorisatiestatus, zodat de koper weet of er een corresponding adjustment achter zit.
- Een verwijzing naar de onderbouwing, zodat een auditor kan doorklikken in plaats van jou te moeten mailen.
Wie dit handmatig samenstelt, betaalt daar elk rapportageseizoen opnieuw voor. Wie het in het register vastlegt op het moment van de transactie, levert het met één druk op de knop.
Register en transactiesUitgifte, eigendom, overdracht en retirement met bewijs, koppelbaar aan bestaande registers.Vermijding en verwijdering zijn niet hetzelfde product
E1-7 vraagt naar het type credit, en dat is geen formaliteit. Een vermijdingscredit voorkomt uitstoot die anders was ontstaan. Een verwijderingscredit haalt CO2 actief uit de lucht. Voor de atmosfeer zijn dat verschillende dingen, en voor een rapportage dus ook.
Wie beide door elkaar administreert, kan het onderscheid later niet meer maken. En dat onderscheid wordt belangrijker, niet minder: verwijdering wordt in vrijwel elk kader hoger gewaardeerd, en de EU-regelgeving rond koolstofverwijdering is precies daarop gebouwd.
Praktisch betekent dit dat type een verplicht veld is op je eenheid, met een vaste waardenlijst — niet een vrij tekstveld waar iemand “bosaanplant” intypt. Vrije tekst is de reden dat rapportages later niet optelbaar zijn.
Het CRCF krijgt handen en voetenHet Europese kader voor koolstofverwijdering, en waarom permanentie een administratieve eis is geworden.Buiten scope betekent niet buiten bereik
De meeste organisaties in onze markt zitten ruim onder de nieuwe drempels. Toch is “wij hoeven niet te rapporteren” een onvolledige conclusie, om een eenvoudige reden: je klanten rapporteren wel.
Een rapporterende onderneming moet haar eigen cijfers onderbouwen, en credits die zij van jou koopt horen daarbij. De vraag komt dus via de keten binnen, niet via de wet. Dat werkt in de praktijk anders uit dan formele compliance:
- Je krijgt informatieverzoeken zonder wettelijke grondslag, maar met commercieel gewicht. Wie niet levert, valt af bij de volgende inkoopronde.
- De verzoeken komen in de vorm van de standaard, niet in jouw vorm. Wie zijn data anders heeft gemodelleerd, zit elk jaar te converteren.
- De timing is niet de jouwe. Rapportageseizoenen vallen samen, en dan wil iedereen het tegelijk.
De pragmatische reactie is niet om zelf te gaan rapporteren, maar om je leveringsbewijs zo in te richten dat het de velden bevat die een rapporterende koper nodig heeft. Dan is het antwoord op zo’n verzoek een export in plaats van een project.
Twee bewegingen die dezelfde kant op wijzen
Zet dit naast de wijziging in claimregels — vanaf eind september 2026 mag een product in de EU niet meer klimaatneutraal worden genoemd als die claim op compensatie rust — en het beeld wordt consistent.
Compensatie mag, maar je mag er minder over beweren en je moet er meer over vastleggen. De vraag verschuift van “hoeveel heb je gecompenseerd?” naar “wat is er precies gekocht, uitgegeven, overgedragen en afgeboekt, en waar staat dat?”
Wat verandert er in 2026 rond klimaatclaimsWat wel en niet meer mag, en welk bewijs je daarvoor nodig hebt.Wat je nu al kunt inrichten
De eerste rapportages onder de aangepaste regels komen in 2028, over boekjaar 2027. Dat lijkt ver, maar de gegevens die daarin staan, ontstaan bij transacties die je nu doet. Wat je vandaag niet vastlegt, kun je in 2028 niet rapporteren.
- Maak type een verplicht veld met een vaste waardenlijst: vermijding of verwijdering, en de onderliggende methode.
- Leg het land van realisatie vast, zodat het EU-aandeel een query is en geen zoektocht.
- Registreer de autorisatiestatus en of er een corresponding adjustment is toegepast.
- Zorg dat elke afboeking een begunstigde, een datum en een reden heeft.
- Geef eenheden serienummers en houd de hele statusgeschiedenis bij, niet alleen de huidige stand.
- Bouw één export die de E1-7-velden oplevert, zodat een klantverzoek geen project wordt.
Dat is geen groot project. Het is een handvol velden en de discipline om ze bij de transactie te vullen in plaats van achteraf te reconstrueren.
Voor aanbieders met een nette administratie is dat een voordeel. De koper die serieus rapporteert, kiest voor de partij die het bewijs zonder gedoe kan leveren. Dat is geen compliance-last maar een verkoopargument.
Veelgestelde vragen
Vallen wij na Omnibus nog onder de CSRD?
Alleen als je meer dan 1.000 medewerkers én meer dan 450 miljoen euro netto-omzet hebt. Beide drempels moeten gehaald worden. De aangepaste regels gelden voor boekjaren die beginnen vanaf 1 januari 2027, met de eerste rapportages in 2028.
Heeft Omnibus de eisen rond koolstofcredits versoepeld?
Nee. Het Omnibus-pakket versmalde de scope en vereenvoudigde de standaarden, maar liet de kern van de rapportage over koolstofcredits in ESRS E1-7 intact. Credits moeten nog steeds apart van de bruto-uitstoot worden gerapporteerd.
Waarom mogen credits niet tegen de eigen uitstoot worden weggestreept?
ESRS E1-7 schrijft een volledige scheiding voor, zodat compensatie het uitstootcijfer niet kan verbloemen. Je bruto-uitstoot blijft zichtbaar; aangekochte credits staan als aparte post. Wil je het cijfer verbeteren, dan moet je reduceren.
Wat moeten wij als verkoper aan onze klant leveren?
Een leveringsbewijs met type, standaard, vintage, herkomst en serienummers, een afboekingsbewijs met datum en begunstigde, duidelijkheid over waar de reductie is gerealiseerd voor het EU-aandeel, en de autorisatiestatus in verband met corresponding adjustment.
Bronnen
- Latham & Watkins — EU sustainability Omnibus published in the Official Journal
- DLA Piper — EU Omnibus I Directive amending CSRD and CSDDD entered into force
- Accountancy Europe — Omnibus explained: key changes to the CSRD and CSDDD
- Covington — EU CSDDD/CSRD Omnibus published in Official Journal
Regelgeving en standaarden in deze markt veranderen snel. Controleer bij de bron of een datum of eis nog actueel is voordat je erop bouwt.